De voordelen van incasso advocaten ten opzichte van een incassobureau

In principe mag iedereen een incassobureau starten. Het is geen beschermd beroep. Dit in tegenstelling tot de advocatuur. Elke advocaat is aangesloten bij de Orde van Advocaten en moet aan strenge eisen voldoen om zijn beroep te mogen uitoefenen. Strengere eisen dan welke beroepsgroep dan ook. Deze strenge eisen bieden ook mogelijkheden om verder te gaan dan een incassobureau.

De voordelen van incasso advocaten

  • Wij zijn bevoegd om te procederen boven een bedrag van € 25.000,00
  • We zijn gekwalificeerd op (internationale) juridische conflicten op te lossen
  • We halen vorderingen op partijen uit het buitenland op
  • We kunnen zwaardere incassomiddelen inzetten dan een incassobureau

Incasso advocaten zijn bevoegd om te procederen boven een bedrag van € 25.000,00

Waar een incassobureau bevoegd is om te procederen tot een bedrag van € 25.000,00, is dat voor incasso advocaten geen grens. Wij kunnen zonder problemen procederen bij bedragen boven de € 25.000,00.

We zijn gekwalificeerd op (internationale) juridische conflicten op te lossen

Daarnaast zijn we gekwalificeerd om (internationale) juridische conflicten op te lossen.

We halen vorderingen op partijen uit het buitenland op

Omdat wij als advocatenkantoor zoveel meer zijn dan zomaar een incassobureau, beschikken wij ook over de kennis en kunde om vorderingen op partijen in het buitenland binnen te halen. In Europa zijn de EEX-verordening en de Rome I-verordening van toepassing.

Daarin is bijvoorbeeld voor dienstverleners bepaald dat de rechter van vestigingsplaats waar de dienstverlener is gevestigd, bevoegd is om over de zaak te oordelen en dat het recht van de gewone verblijfplaats van de dienstverlener van toepassing is. U kunt uw debiteur elders in Europa dan gewoon in Nederland dagvaarden, volgens het Nederlandse recht. Wij weten ook in deze lastige materie van het internationaal privaatrecht onze weg feilloos te vinden.

We kunnen zwaardere incassomiddelen inzetten dan een incassobureau

Wij kunnen dus zwaardere incassomiddelen uit ons arsenaal inzetten, zoals het leggen van beslag of het indienen van een faillissementsaanvraag.

Vanaf welk bedrag kunt u een incassobureau in de arm nemen?

Veel ondernemers aarzelen om een incassobureau in te schakelen. Dit heeft vaak te maken met de hoogte van hun openstaande factuur. “Veel te laag om daarvoor kosten te maken”, is dan het idee. Laat staan om een dure advocaat in te schakelen met een uurtarief van € 250,- excl. BTW. Dit is echt een misvatting. Als u uw facturen niet betaald krijgt, moet u het zonder aarzelen uit handen kunnen geven ongeacht de hoogte van het bedrag.

Welke vordering u ook heeft, u hoeft niet bang te zijn voor hoge kosten. Wij werken in de buitengerechtelijke fase, waarin 86% van alle zaken wordt opgelost, op basis van no cure, no pay. Dus wordt er in die 14% van de gevallen onverhoopt toch niet betaald en wilt u na het buitengerechtelijke incassotraject niet over gaan tot een incassoprocedure, dan sluiten wij het dossier en kost het u niets.

De vraag is echter aan wie u uw vorderingen uit handen moet geven. We zetten een aantal scenario’s uiteen en geven u advies waar u op moet letten bij de selectie van het incassobureau.

Veel facturen, hoge omzet

Er zijn incassobureaus die zijn gefocust op ondernemers met een hoge omzet en veel onbetaalde vorderingen. Klinkt als de gouden graal, toch? Als u zich herkent in dit scenario, let dan met name op het slagingspercentage bij facturen met lage omzet. Wat we veel zien is dat de focus bij dit type incassobureau’s ligt bij de facturen met hoge omzet, want daar ligt de winst. Onder een bepaald factuurbedrag incasseren zij niet of nauwelijks, omdat dit teveel moeite en tijd kost en het dan te weinig oplevert. Wees hier dus scherp op bij de selectie en de verdere samenwerking.

Weinig facturen, hoge omzet

Er bestaan ook incassobureaus die zich uitsluitend richten op het incasseren van hoge facturen bij organisaties met een laag factuurvolume. Zij hebben het liefst ondernemers met af en toe een enkele debiteur, waarbij dan fors verdiend kan worden op één van de weinige facturen die onbetaald zijn gebleven. Het bureau verdient dan relatief veel geld voor weinig inspanning. Het knelpunt bij dit type incassobureau ligt dan vaak bij de schaalbaarheid: Wat als er ineens een klant binnen komt met een groot aantal facturen? Krijgt u dan nog wel voldoende aandacht? Of wat gebeurt er als u ineens veel facturen niet betaald krijgt en overgaat tot incasso? Kan het bureau dit aan? Schaalbaarheid is key. Let hierop bij het selecteren van uw incassopartner.

Veel facturen, lage omzet

Tot slot het scenario met grote volumes en lage omzet. Hierbij verstuurt een organisatie veel facturen met een lage waarde, bijvoorbeeld tandartsen, medisch specialisten, abonnementsdiensten etcetera. De uitdaging zit hier vaak in de mate van automatisering. Een incassobureau dat zich hierin specialiseert, kan het zich niet veroorloven elke zaak apart te bekijken, te evalueren en een persoonlijke brief te schrijven naar de debiteur. Dan zou u als opdrachtgever een fortuin kosten. Het incassobureau dat uitblinkt in deze categorie, zal verregaande automatiseringsslagen hebben moeten maken.

Wees kritisch bij de selectie

Een incassobureau kiezen betekent in veel gevallen een betrouwbare partner kiezen. Een goed incassobureau zal een partner voor de komende jaren zijn, dus wees kritisch bij de selectie. Van Loon Incasso advocaten incasseert alles. Voor grote en kleine ondernemers, hoge en lage facturen, kleine aantallen of bulkopdrachten. Het grote voordeel: we zijn meer dan alleen een incassobureau. Op ons kantoor zitten advocaten die een aantal stappen verder kunnen gaan dan een gemiddeld incassobureau.

Hoe kiest u een geschikt incassobureau?

Openstaande vorderingen, debiteuren die niet op tijd betalen, facturen die langer dan 90 dagen open staan, wanbetalers, van het een komt het ander. Al deze situaties beperken uw liquiditeit als ondernemer. Accepteert u dat, waardoor u straks zelf ook uw crediteuren niet meer kunt betalen? Of schakelt u een incassobureau in? En hoe kiest u een geschikt incassobureau?

Voorwaarde 1: De juiste snaar kunnen raken

Het is een kunst om debiteuren die te laat zijn met betalen zo te benaderen dat ze over gaan tot betaling zonder dat u ze verliest als klant. Veel zogenaamde incassobureaus verstaan die kunst niet en beginnen al direct op een manier die niet erg professioneel overkomt en de klant inderdaad afschrikt. Het is onze ervaring dat een aanpak die gericht is op het behoud van de klant veel beter werkt. Zo hebben wij bijvoorbeeld stickers ontwikkeld die u op uw herinneringen en aanmaningen kunt plakken. De stickers laten uw debiteur op een indirecte maar opvallende manier weten dat u de zaak aan een incasso advocaat uit handen zult geven als er niet op tijd wordt betaald. In de praktijk is gebleken dat dit middel zeer effectief is, zonder dat u daarmee uw klant direct afschrikt.

Voorwaarde 2: Stichting Derdengelden

Zoals gezegd, werken veel incassobureaus niet vanuit de focus op het behoud van de klant. In de incassobranche zijn helaas veel cowboys actief die uitsluitende gericht zijn op eigen gewin. Daarbij komt dat zij niet beschikken over een betrouwbare manier om uw geld veilig te stellen als uw debiteur tot betaling over gaat. Er zijn talloze incassobureaus die uw geld gewoon op de rekening van hun onderneming laten binnenkomen, zonder dat dit wordt afgescheiden van hun ondernemingsvermogen. Of nog gekker, op hun privé rekening. De wat betere incassobureaus hebben wel een aparte rekening, maar die maakt dan nog steeds deel uit van hun ondernemingsvermogen. Met als gevolg dat als zij failliet gaan, ook de gelden op zo’n rekening in het faillissement vallen.

Nog een andere categorie, waaronder de deurwaarders vallen, hebben wel een derdenrekening die is afgescheiden van hun ondernemingsvermogen. Maar zij kunnen volledig over het geld op die derdenrekening beschikken. De laatste tijd is met een zekere regelmaat in het nieuws geweest dat derdengelden door deurwaarders werden gebruikt om hun eigen liquiditeitsproblemen op te lossen. Soms liep dat goed af, vaak ging het ook fout. De opdrachtgevers bleven dan zitten met een geweldig bewaartekort, simpel gezegd was de derdengeldrekening gewoon geplunderd.

Wij vallen als advocatenkantoor onder de gedragsregels van de Nederlandse Orde Van Advocaten. Daarin zijn strenge voorschriften opgenomen over derdengelden. Advocaten zijn verplicht om een Stichting Derdengelden aan te houden. Derdengelden mogen uitsluitend worden ontvangen op een rekening van die stichting. Het is onmogelijk dat één bestuurder van de stichting alleen beschikt over het geld, daar zijn altijd twee handtekeningen voor nodig. Van Loon incassoadvocaten werkt dus in de ‘Stichting Derdengelden Van Loon Advocaten’ met een externe accountant die zelfstandig en onafhankelijk iedere uitbetaling van de derdengelden beoordeelt. Op deze manier stellen we uw derdengelden volkomen veilig.

Voorwaarde 3: Effectieve pressiemiddelen

Wij opereren landelijk vanaf het moment dat we begonnen. We beschikken niet alleen over kennis van de lokale en regionale markt, maar hebben ook een algeheel overzicht. Deze bak aan ervaring levert een geweldige databank op waarin wij direct kunnen zien of uw debiteur ook heeft verzuimd om te betalen bij andere opdrachtgevers. Als dat het geval is, kunnen wij u adviseren om te gaan voor één van de meest effectieve incassomiddelen: het faillissementsverzoek. Dat is dan dus niet gericht op het faillissement van uw debiteur, maar wordt gebruikt als een van de meest effectieve manieren om uw debiteur tot betaling te dwingen.

Daarvoor moet u natuurlijk alleen kiezen als u sowieso afscheid wilt nemen van uw klant. Dat geldt ook voor het incassomiddel beslaglegging. Wij hebben een directe ingang bij het Kadaster en kunnen direct voor u achterhalen of uw debiteur beschikt over onroerend goed waarop dan beslag gelegd kan worden. Dit werk vaak prima als een pressiemiddel voor betaling.

Voorwaarde 4: Buitengerechtelijke fase op basis van no cure, no pay

Wij zijn professionals die werken volgens de hoogste kwaliteitsstandaarden en beschikken over een heel arsenaal van middelen om te komen tot betaling van uw openstaande vorderingen. In de buitengerechtelijke fase, waarin wij 86% van alle zaken oplossen, werken wij op basis van no cure, no pay. Levert dat in uw geval niet het gewenste resultaat op, dan adviseren wij u over uw kansen in rechte en geven u daarbij vooraf een eerlijke inschatting van de kosten.

Voorwaarde 5: Houd altijd zicht op lopende vorderingen

Houd zicht op uw lopende vordering. Het incassobureau dat u kiest moet u hierin kunnen voorzien. Op deze manier bent u altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Onze klanten kunnen via het incassoportaal op elk moment zien wat de status in van de openstaande vordering(en). Het indienen is heel makkelijk: u kunt heel simpel een account openen en uw openstaande facturen uploaden. Binnen 24 uur wordt de eerste brief dan al verzonden.

Optionele voorwaarde: Geschikt voor internationale vorderingen

Omdat wij als advocatenkantoor zoveel meer zijn dan zomaar een incassobureau, beschikken wij ook over de kennis en kunde om vorderingen op partijen in het buitenland binnen te halen. In Europa zijn de EEX-verordening en de Rome I-verordening van toepassing. Daarin is bijvoorbeeld voor dienstverleners bepaald dat de rechter van vestigingsplaats waar de dienstverlener is gevestigd, bevoegd is om over de zaak te oordelen en dat het recht van de gewone verblijfplaats van de dienstverlener van toepassing is. U kunt uw debiteur elders in Europa dan gewoon in Nederland dagvaarden, volgens het Nederlandse recht. Wij weten, ook in deze lastige materie van het internationaal privaatrecht, onze weg goed te vinden.

Tip: Houd u aan (door uzelf) gemaakte afspraken

De ervaring leert dat veel ondernemers hun eigen betalingstermijnen niet zo serieus nemen. Met als gevolg dat de debiteuren dat ook niet doen. Dit gaat vaak van kwaad tot erger. Daar staat tegenover dat degenen die het hardste roepen, vaak het eerste worden betaald. Geeft u uw vorderingen uit handen of bent u als ondernemer bang dat u dan uw klant verliest? Dit dilemma zou er niet mogen zijn. Betalingstermijnen zijn als het goed is immers van tevoren duidelijk gecommuniceerd en u mag uw klant aan die afspraak houden. Uw klant doet dat immers ook als u moet presteren en accepteert niet dat u dat pas een week, twee weken, een maand of drie maanden later doet.

Heeft u besloten om een incassobureau in te schakelen? Leg uw opties eens langs de genoemde voorwaarden. We hopen dat dit u helpt om een geschikt incassobureau te vinden en uw incasso in gang te zetten.

Voor welk bureau kiest u?

Dit zijn wat ons betreft de belangrijkste voorwaarden om een geschikt incassobureau te vinden. Twijfelt u over de keuze voor een geschikt incassobureau. Of wilt u even met ons sparren of wij iets voor u kunnen betekenen? Wij geven u graag advies. Neem contact met ons op!

Waarschuwing voor oplichting

Wij ontvangen momenteel veel meldingen dat een oplichter zich voordoet als een medewerker van ons kantoor in een poging om slachtoffers geld afhandig te maken.

De oplichters sturen valse (spam) e-mails uit naam van Van Loon Incasso Advocaten, veelal namens de belastingdienst. De belastingdienst is ook geen opdrachtgever van ons. De valse e-mails kunt u onder meer herkennen aan het vermelde e-mailadres van de afzender. In veel gevallen is dit fixdebt.services@outlook.com en centraal-justitieel-incassobureau@outlook.com.

Als naam van de afzender is vermeld: noreply@vanloonincasso.nl of noreply@vanloon-incasso.nl. Verder worden er verschillende namen gebruikt als afzender, waaronder Veenstra en Boersma. Dit zijn geen e-mailadressen of namen die in gebruik zijn bij ons kantoor.

 Let op en doe aangifte

Ons kantoor betreurt het uiteraard enorm dat onze goede naam door dit soort oplichters wordt misbruikt. Technisch gezien is hieraan helaas niets te doen. Op dit moment worden meerdere incassobureaus, deurwaarders- en advocatenkantoren hierdoor getroffen.

Hoewel dit soort situaties niet kunnen worden voorkomen, kan er natuurlijk wel voor worden gewaarschuwd om te voorkomen dat oplichters (meer) slachtoffers maken.

Wordt u ook gemaild?

Reageer dan niet en betaal zeker niet! Doe aangifte bij de politie, zodat de politie over zo veel mogelijk informatie beschikt en deze oplichters wellicht kan traceren en vervolgen.

Momenteel staat onze telefoon (begrijpelijkerwijs) roodgloeiend. Gelet op de vele telefoontjes raken onze lijnen overbelast. Wij verzoeken u dan ook ons kantoor hierover niet meer te bellen, maar eventueel te mailen naar info@vanloon-advocaten.nl.

 

Incasso in Coronatijd, hoe werkt het en is het (nog) gepast?

“Hoe doen jullie dat nu, incasso in deze Corona periode?” is een bij ons veelgehoorde vraag de laatste tijd. Het virus heeft uiteraard ook impact op de incassobranche, op onze cliënten en hun debiteuren. Wij begrijpen heel goed dat de huidige situatie het voor sommige bedrijven extra moeilijk maakt om aan hun betalingsverplichtingen te voldoen. Uiteraard hebben wij begrip voor de door het Coronavirus veroorzaakte problemen en zijn wij altijd op zoek naar een passende oplossing voor beide partijen.

Belang van cliënten dienen

Als advocatenkantoor is het primair onze taak om het belang van onze cliënten te dienen. Voor de continuïteit van onze cliënten is het noodzakelijk dat zij facturen tijdig betaald krijgen, zodat ook zij aan hun verplichtingen jegens personeel en leveranciers kunnen voldoen. Onze incassowerkzaamheden gaan door, maar we kijken niet weg voor de door Corona(maatregelen) veroorzaakte betalingsproblemen. De crux hierin is communicatie en de goeden van de kwaden scheiden. Daarbij komen we dan tevens aan de tweede vraag die ons soms gesteld wordt: “Is het wel gepast om in deze tijden incassomaatregelen te treffen?

Aanpassen aan de debiteur

Onze aanpak is begripvol waar nodig, we letten meer op hoe elke individuele debiteur benaderd moet worden en soms moet de debiteur helaas echt wat meer tijd gegund worden. Waar nodig zeilen we echter toch scherp aan de wind omdat we helaas ook merken dat sommige bedrijven misbruik maken van deze Coronatijd en feitelijk soms spek op de botten creëren voor wat er misschien nog komen gaat, over de rug van onze klanten. Uiteraard laten we dat niet gebeuren.

Coronatijd mag geen excuus zijn

Veelal merken we dat het ook vorderingen zijn die (ruim) voor de coronatijd zijn ontstaan. Het mag en kan dus ook niet altijd als excuus dienen. Bovendien vervalt de vordering niet als de debiteur niet betaalt. Kortom; het lost het probleem niet op. En daar komt het punt van communicatie weer naar boven: in gesprek komen en voor beide partijen een acceptabele oplossing creëren is dan ook een mogelijkheid.

Wacht niet te lang met uit handen geven

Het slechtste wat u als (potentiele) opdrachtgever nu kunt doen, is niets doen! De kracht van incassoadvocaten.nl is namelijk ook om te zorgen dat onze opdrachtgever bovenaan de stapel komt. Daartoe dienen we dan wel tijdig de opdracht te verkrijgen. Wacht daarom niet te lang met het uit handen geven en een incassobureau in te schakelen! Daarmee voorkomt u ook dat uw eigen bedrijf niet (onnodig) in de problemen komt en feitelijk het gelag betaalt. En dat doen we (buitengerechtelijk) ook nog zonder kosten voor u als opdrachtgever, no cure no pay! Innen we de vordering geheel, betaalt uw debiteur de incassokosten en niet u!

Waarom een advocaat soms ook achter het net vist

Helaas is het in deze moeilijke tijden soms niet meer haalbaar voor ondernemers om hun onderneming te laten voortbestaan. Als deze onderneming wordt uitgeoefend in de vorm van een besloten vennootschap kan vaak gekozen worden voor een zeer simpele manier van het beëindigen van de onderneming. De directeur/grootaandeelhouder neemt dan op zekere dag de beslissing om de onderneming te ontbinden en tot liquidatie daarvan over te gaan. Dit besluit wordt ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van koophandel en daarmee houdt de besloten vennootschap op te bestaan.

Zo deed een ondernemer die niet zo lang daarvoor zijn advocaat nog aan het werk had gezet het ook met enkele van zijn vennootschappen. En hij gaf de advocaat met zijn declaratie het nakijken. Die liet het er niet bij zitten en dagvaardde de bestuurder omdat hij vond dat deze dan maar persoonlijk op moest draaien voor zijn declaratie. De advocaat had maar liefst zes pijlen op zijn boog waarom dat zo zou moeten zijn, namelijk de volgende:

a) omdat de vennootschappen nog openstaande schulden hadden, had bestuurder deze niet mogen ontbinden maar een eigen aangifte van faillissement moeten doen (artikel 2:23a BW);

b) er waren nog baten waardoor de bestuurder niet had mogen ontbinden maar een eigen aangifte van faillissement had moeten doen;

c) de bestuurder heeft zich schuldig gemaakt aan selectieve betalingen (waarbij de advocaat dus was overgeslagen);

d) de bestuurder heeft onrechtmatig gehandeld jegens en zijn taken kennelijk onbehoorlijke vervuld omdat hij nooit jaarrekeningen heeft laten publiceren;

e) de bestuurder wist bij het aangaan van de overeenkomst met de advocaat dat de vennootschappen hun verplichtingen niet zouden kunnen nakomen en geen verhaal zouden bieden;

f) de bestuurder heeft toegelaten dat de vennootschappen hun verplichtingen niet zijn nagekomen en hij had behoren te begrijpen dat de vennootschappen daardoor hun verplichtingen niet zouden nakomen en geen verhaal zouden bieden.

Dit zijn eigenlijk alle gronden waarop men kan proberen een zakelijke schuld van de vennootschap te verhalen op de bestuurder persoonlijk, in privé. Vandaar dat de uitspraak zo interessant is.

De Rechtbank oordeelt als volgt:

Met betrekking tot de grondslag onder a

Artikel 2:23a, vierde lid BW levert slechts dan een verplichting voor de vereffenaar op om eigen aangifte van faillissement te doen zodra er nog baten zijn die moeten worden verdeeld in de situatie dat de schulden in waarde hoger zijn dan de waarde van die baten. De enkele omstandigheid dat geen vereffening heeft plaatsgevonden en over de ontbinding geen voorafgaande mededeling is gedaan aan [de advocaat] dan wel met haar geen overleg is gevoerd, is niet voldoende voor het aannemen van onrechtmatig handelen van de bestuurder. De turbo-liquidatie is nu juist bedoeld om een rechtspersoon met schulden maar zonder baten versneld en eenvoudig te kunnen laten ophouden te bestaan. In het geval dat de vennootschap ten tijde van de (voorgenomen) ontbinding geen of nagenoeg geen activa omvat en er geen enkele aanleiding bestaat voor de verwachting dat in het faillissement activa zullen kunnen worden gegenereerd, moet de bestuurder zelfs afzien van aangifte van faillissement (omdat hij anders die bevoegdheid zou misbruiken) en moet hij ontbinden zonder vereffening via de weg van artikel 2:19, vierde lid BW (turbo-liquidatie) (Hoge Raad 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3636). De rechter toetst bij een eigen aangifte van faillissement of de vennootschap over te gelde te maken vermogensbestanddelen beschikt (recentelijk nog Rechtbank Rotterdam 30 januari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:796). Deze grondslag kan de vordering niet dragen.

Met betrekking tot de grondslag onder b

Indien wel de verwachting bestaat dat activa kunnen worden gegenereerd, bijvoorbeeld een vordering uit hoofde van de vernietiging van een benadelende rechtshandeling (actio pauliana) of uit hoofde van aansprakelijkheid van de bestuurder ex artikel 2:9 of 2:248 BW, zal de bestuurder zijn bevoegdheid om eigen aangifte te doen van faillissement niet (kunnen) misbruiken. Indien de bestuurder van de vennootschap over zou gaan tot ontbinding zonder vereffening (turbo-liquidatie) terwijl er wel baten aanwezig zijn in het vermogen, wordt aangenomen (bijvoorbeeld rechtbank Arnhem 17 mei 2006, JOR 2006/202) dat de bestuurder jegens de schuldeisers onrechtmatig handelt indien die baten niet worden aangewend om de schulden, geheel of gedeeltelijk, te voldoen. Daarvoor is dan wel nodig (prof. mr. J. Roest in Tekst & Commentaar op artikel 2:19 BW, aantekening 5) dat de schuldeisers aantonen dat in geval van vereffening aan hen enige betaling zal kunnen worden gedaan. [De advocaat] heeft niet gesteld en het is ook niet op andere wijze gebleken dat in geval van vereffening van de vennootschappen enige betaling aan [de advocaat] zou hebben kunnen volgen. Integendeel, [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat zowel de ontvanger der Rijksbelastingen als het personeel onbetaald zijn gebleven. Beide laatste schuldeisers zijn bevoorrecht en staan in de wettelijke rangorde van schuldeisers hoger geplaatst dan [de advocaat] als concurrente schuldeiser. [De advocaat] stelt dat in de gegeven omstandigheden aanleiding voor een aansprakelijkheid uit hoofde van artikel 2:9 BW zou hebben bestaan, maar zij onderbouwt dit niet met concrete feiten noch legt zij uit waarom dit voor de bestuurder zelf aanleiding had moeten zijn om tegen zichzelf een vordering te concretiseren. Hetgeen [de advocaat] stelt als mogelijke aansprakelijkheid uit hoofde van artikel 2:9 BW of 2:248 BW maakt, indien wel voldoende gesubstantieerd, dat een faillissement mogelijk aangegeven zou kunnen en moeten worden, maar in dat geval kan [de advocaat] ook zelf het faillissement van de ontbonden vennootschappen aanvragen (Hof Arnhem-Leeuwarden 13 december 2018 ECLI:NL:GHARL:2018:11327, met een verwijzing naar HR 27 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1631, de conclusie van A-G mr. L. Timmerman vóór HR 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7477 en Hof Arnhem-Leeuwarden 1 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:593). [De advocaat] stelt verder niet dat een interne vordering uit hoofde van artikel 2:9 BW zou hebben geleid tot een betaling aan [de advocaat] als schuldeiser. Tenslotte is niet gebleken dat [gedaagde] baten van de vennootschappen voor andere doeleinden heeft gebruikt dan de betaling van schuldeisers (behoudens hetgeen [de advocaat] stelt over selectieve betaling, waarover hieronder meer).

Met betrekking tot de grondslag onder c

Ook deze grondslag kan de vordering niet dragen, want [de advocaat] stelt slechts dat er ‘ongetwijfeld’ activa moeten zijn geweest omdat een van de vennootschappen een restaurant had geëxporteerd. [De advocaat] impliceert dat deze vennootschap daarom over baten moet hebben beschikt die ten gunste hadden moeten komen aan de schuldeisers. Ter zitting heeft [gedaagde] gesteld dat deze inventaris reeds voordien was verkocht aan de financier op grond van een zekerheidsrecht of om aanvullende financiële middelen ter beschikking te krijgen en dat op de inventaris ook een beslag was gelegd door de ontvanger der Rijksbelastingen. Wat daar van zij, [de advocaat] heeft daartegenover op geen enkele wijze het concrete bestaan van enige bate ten tijde van de ontbinding, die zou hebben geleid tot een betaling aan[de advocaat], gesteld laat staan aannemelijk kunnen maken. Evenmin heeft [de advocaat] de geldigheid van de verkoop van de inventaris bestreden.

Met betrekking tot de grondslag onder d

Het handelen van de bestuurder in strijd met de boekhoudplicht kan leiden tot onrechtmatig handelen van hem jegens de crediteuren indien hem daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt (Hoge Raad van 5 september 2014, JOR 2014/325). Ernstige schending van de boekhoudplicht kan daartoe aanleiding zijn. Maar de vraag of [gedaagde] van het ontbreken van jaarcijfers een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt kan hier buiten beschouwing blijven. [De advocaat] heeft namelijk onvoldoende gesteld omtrent enig causaal verband tussen het gestelde handelen of nalaten van [gedaagde] en de financiële situatie van de vennootschappen ten tijde van de ontbinding. [gedaagde] heeft onweersproken ter zitting gesteld dat de rechten en plichten van zijn vennootschappen werden bijgehouden door een extern administratiekantoor en uit de administraties blijken. De bewijsvermoedens van artikel 2:248 BW gelden alleen ten gunste van de curator in faillissement namens de gezamenlijke crediteuren. Enige reflexwerking van de bewijsvermoedens ten gunste van een individuele schuldeiser is niet ondenkbaar, maar die vraag kan buiten beschouwing blijven omdat [gedaagde] twee concrete oorzaken van de teloorgang van de ondernemingen van de vennootschappen aannemelijk heeft gemaakt: de eerdere verbreking van een joint venture van het horecabedrijf van cinema The Movies (waaruit een schuld in de vennootschappen vloeide van € 25.000) en de tegenvallende omzetten in de horecazaak op de golfbaan door, onder meer, klimatologische omstandigheden. [De advocaat] heeft hiertegenover geen feiten en omstandigheden gesteld die een causaal verband vormen tussen het verzuim van de publicatieverplichting en het tekort na de ontbinding van de vennootschappen.

Met betrekking tot de grondslag onder e

Dit verwijt impliceert dat [gedaagde] bij het geven van de opdracht aan [de advocaat] wist of moest weten dat de vennootschappen de daaruit voortvloeiende verplichtingen (lees: het honorarium) niet zouden kunnen voldoen. [De advocaat] stelt niet dat [gedaagde] wist welke verplichtingen dat waren en hoe hoog die zouden gaan zijn. Na ontvangst van de declaraties heeft [gedaagde] zich beklaagd over de onverwachte hoogte ervan. Vast staat daarnaast dat [de advocaat] geen begroting heeft gemaakt van de kosten. Verder wist [de advocaat] dat de bijstand werd gevraagd namens vennootschappen waarvan in elk geval één van beide betalingsmoeilijkheden had jegens haar verhuurder. Die moeilijkheden waren zelfs aanleiding voor het verzoek om bijstand. [De advocaat] had in deze situatie zelf ook voorafgaand aan en tijdens de uitvoering van de opdracht onderzoek kunnen doen naar en zekerheid hebben kunnen vragen voor de nakoming van de op [gedaagde] rustende betalingsverplichting van de honoraria van [de advocaat]. Dat heeft zij niet gedaan.

Met betrekking tot de grondslag onder f

Indien een vennootschap over onvoldoende financiële middelen beschikt om haar verplichtingen te kunnen nakomen en niet in staat is om de daaruit voortvloeiende schade te kunnen voldoen is in beginsel alleen de vennootschap daarvoor aansprakelijk. Wanneer een rechtspersoon wanprestatie pleegt of onrechtmatig handelt kan, onder bijzondere omstandigheden, behalve de rechtspersoon zelf ook de bestuurder van die rechtspersoon aansprakelijk zijn voor de schade (Hoge Raad van 5 september 2014, JOR 2014/325). De enkele stelling, die verder niet wordt onderbouwd, dat [gedaagde] heeft toegelaten dat de vennootschappen hun verplichtingen jegens [de advocaat] niet zijn nagekomen, is onvoldoende grondslag voor de aansprakelijkheid van de bestuurder. Daarvoor is immers noodzakelijk dat van het toelaten door [gedaagde] hem een ernstig persoonlijk verwijt moet kunnen worden gemaakt. Mocht [de advocaat] bedoelen dat [gedaagde] verweten kan worden dat hij namens de vennootschappen een betalingsregeling aanbood op een moment waarop hij wist dat de vennootschappen reeds feitelijk niet meer in staat waren deze regeling na te komen, kan deze stelling de vordering niet dragen. De betalingsregeling zag immers op een reeds bestaande verplichting van de vennootschappen en [de advocaat] heeft niet gesteld dat zij door het treffen van de betalingsregeling op enige wijze is benadeeld.

Met deze overwegingen kon de advocaat het doen. Wilt u dus als bestuurder van een besloten vennootschap in deze tijd over gaan tot turbo-liquidatie en neemt u bovenstaande regels in acht, dan heeft u niets te vrezen. Zelfs niet van een advocaat.

Heeft u hierbij hulp of advies nodig, dan kunt u een beroep op mij doen. Van Loon advocaten, linker dan de rechter!

Vonnis van 27 februari 2020 van de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2020:2100).

Huurder betaalt niet? Wat nu?

Op 26 maart 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam drie vonnissen gewezen betreffende huurachterstanden, terug te vinden op www.rechtspraak.nl onder de nummers ECLI:NL:RBROT:2020:3208, 9 en 10.

Geen opzienbarende uitspraken, maar interessant omdat daarin kort en bondig wordt opgesomd wat er nu precies nodig is om te komen tot een gerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst, als er sprake is van huurachterstanden. Het betrof in alle drie de zaken de huur van woonruimte, maar de aard van het gehuurde (woonruimte, middenstandsbedrijfsruimte of overige bedrijfsruimte) maakt voor ons onderwerp in kwestie weinig verschil.

Wel van belang is, dat in alle drie de gevallen sprake van een achterstand in de betaling van de huurtermijnen van meer dan vier maanden en dat tevens de lopende huurtermijnen niet werden voldaan. De kantonrechter oordeelt als volgt:

De huurachterstand bedraagt meer dan vier maanden. Deze tekortkoming rechtvaardigt in beginsel de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst. Uit artikel 6:265 lid 1 BW volgt immers dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van zijn verbintenissen, aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te (doen) ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Het is aan de tekortschietende partij om zich voldoende gemotiveerd op deze uitzondering te beroepen.

Bij de beoordeling of ontbinding naar de aard en betekenis van de tekortkoming gerechtvaardigd is, dient rekening gehouden te worden met alle omstandigheden van het geval. Hieronder worden ook omstandigheden gerekend die na de gestelde tekortkoming hebben plaatsgevonden (HR 22 augustus 1992, NJ 1992, 715, ECLI:NL:HR:1992:ZC0673). Van de zijde van gedaagde zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd op basis waarvan kan worden geoordeeld dat een dergelijke uitzonderingssituatie zich hier voordoet.

Onweersproken is dat de huurachterstand is ontstaan doordat gedaagde tijdelijk over onvoldoende financiële middelen beschikte om de huurtermijnen te betalen. Aangezien gedaagde ook de lopende huurtermijnen niet heeft betaald is de kantonrechter van oordeel dat er sprake is van een structurele wanprestatie van de zijde van gedaagde.

Hieruit volgt dat ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is. De vordering tot ontbinding en ontruiming zal om die reden worden toegewezen. De gevorderde huur/schadevergoeding is toewijsbaar vanaf 1 april 2020. De termijn voor ontruiming zal in redelijkheid worden gesteld op 14 dagen na de betekening van het vonnis.

Heeft u te maken met een huurder die bij voortduring niet betaalt, dan is het tijd om uw vorderingen aan ons uit handen te geven en een incassobureau in te schakelen! Het hoeft overigens niet gelijk te leiden toe ontbinding en ontruiming.

Van Loon advocaten, linker dan de rechter!

Schulden opkopen? Handel in vorderingen?

Schulden opkopen? Handel in vorderingen?

De laatste tijd is het bijna dagelijks in de media dat schulden worden verkocht aan incassobureaus en andere partijen.

Wij vragen ons hardop af wat het nut daarvan is.

U heeft een dienst of een product geleverd of heeft werkzaamheden verricht en u heeft daar een factuur voor uitgeschreven. Deze factuur dient aan u te worden voldaan, maar de betaling blijft uit. Waarom zou u dan genoegen nemen met betaling van slechts een fractie van het factuurbedrag, waarna een ander bedrijf de volledige factuur (verhoogd met rente !) weet te incasseren?

Indien het u enkel om het voorkomen van de rompslomp gaat; deze nemen wij u graag uit handen. U dient uw vordering simpel online bij ons in en wij doen het verdere werk. U heeft gewoon recht op betaling van de volledige factuur en vervallen rente en niemand anders. Schakel een incassobureau in om te krijgen waar u recht op hebt.

Natuurlijk is “snel geld” prettig, maar daarmee doet u zichzelf op de langere termijn heel veel tekort. Cashflow is belangrijk, maar het voortbestaan op de langere termijn van hetgeen u opgebouwd heeft is zeker zo belangrijk.

No cure no pay incasso met een slagingspercentage van rond de 90%. De incasso waar u recht op heeft kost u helemaal niets, dus waarom genoegen nemen met betaling van slechts een klein gedeelte van het factuurbedrag?

Of u schrijft met de verkoop van uw vordering tot wel 90% af, of u schrijft op uw hele debiteurenportefeuille slechts 10% af, waarvan zelfs een deel wordt gedekt door de rente, welke op de geïncasseerde vorderingen voor u wordt ontvangen. Van Loon Incasso Advocaten weet het wel!

Neem geen genoegen met minder, ga voor kosteloze en volledige incasso! U heeft er recht op!

Uitbreiding van ons team

Ivo Zuidland is vanaf februari jl. onze incassoafdeling komen versterken. U heeft hem mogelijk al een keer aan de telefoon gehad en op de achtergrond is hij een aantal weken bezig geweest met het systeem en enkele klanten.

Met ruim 14 jaar ervaring bij een groot landelijk opererend gerechtsdeurwaarders en incassokantoor is hij op de hoogte van alle ins en outs voor wat betreft het gehele incassotraject van pre-incasso, buitengerechtelijke- en gerechtelijke incasso tot het gehele executietraject.

Ivo is een no-nonsense persoon die de taal van zowel de incasso-cliënten als de debiteuren spreekt. Wij wensen Ivo een prettige werktijd bij ons en vertrouwen erop dat hij snel zijn draai gevonden heeft in ons fantastische team.

Hoe zit dat nou met die verjaring?

Schikking tijdens een procedure vastleggen in een proces-verbaal van comparitie

In een procedure wordt er een comparitie gelast en u komt met de wederpartij tot overeenstemming en treft u een schikking met elkaar. Deze schikking legt u vast in een proces-verbaal. U verkrijgt hiermee een executoriale titel, welke netjes is voorzien van “in naam des konings” en uitgegeven voor grosse.

U gaat ervan uit dat u vervolgens een titel heeft die u (of wij als advocatenkantoor voor u) in principe minimaal 20 jaren kunt executeren. Een vonnis van een rechter heeft namelijk een verjaringstermijn van 20 jaren. En daar gaat het mis.

Recent heeft de Hoge Raad zich hierover uitgelaten (ECLI:NL:HR:2015:3423) en oordeelde als volgt:

“Indien tijdens een comparitie van partijen een schikking tot stand komt, wordt, wanneer een partij dat verlangd, een proces-verbaal opgemaakt. Hierin worden de verbintenissen die partijen als gevolg van die schikking op zich nemen vastgelegd. Hoewel de uitgifte van dit proces-verbaal geschiedt in executoriale vorm (art. 87 lid 3 RV), wordt daarin derhalve de overeenkomst van partijen vastgelegd.

Art. 3:306 e.v. BW regelen de verjaring van rechtsvorderingen. Deze verjaring is tevens bepalend voor de verjaring van de met die rechtsvorderingen verbonden executoriale titels, met uitzondering van het bepaalde in art 3:324 BW. Nu de in het proces-verbaal vastgelegde vordering een vordering uit overeenkomst is, geld daarvoor ingevolge art 3:307 lid 1 BW een verjaringstermijn van vijf jaar. De omstandigheid dat de vordering is vastgelegd in het proces-verbaal van de comparitie brengt niet met zich mee dat de verjaringstermijn van art 3:324 BW geldt. Dit omdat de vastlegging van een schikking in een proces-verbaal niet kan worden aangemerkt als een rechterlijke uitspraak.”

Als gevolg van deze uitlating verjaart het proces-verbaal reeds na het verstrijken van vijf jaren.

Inmiddels heeft de Rechtbank Rotterdam de bovenstaande overweging van de Hoge Raad overgenomen en toegepast in haar uitspraak (ECLI :NL:RBROT :2016:2394) .

Conclusie:

Voor een langere verjaringstermijn in wat grotere vorderingen, dus maar gewoon vonnis vragen.

mr H.G.J. Veldhuizen